Klimaatraad onderzoekt verantwoordelijkheid Nederland voor klimaatbescherming Curaçao

WILLEMSTAD – De Wetenschappelijke Klimaatraad gaat onderzoeken welke verantwoordelijkheid Nederland heeft voor de bescherming van Curaçao en de andere Caribische eilanden tegen de gevolgen van klimaatverandering. De raad stelt nu al vast dat Nederlandse ondersteuning vaak tijdelijk, versnipperd en ad hoc is, waardoor onduidelijkheid bestaat over geld, taken en verantwoordelijkheden.
Het onderzoek maakt deel uit van het nieuwe werkprogramma van de Wetenschappelijke Klimaatraad voor 2026 en 2027. Daarin is ‘Klimaat en Koninkrijk’ opgenomen als afzonderlijk adviestraject. De raad betrekt alle zes Caribische eilanden bij het onderzoek: Curaçao, Aruba, Sint-Maarten, Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.
Volgens de Klimaatraad zijn de eilanden bijzonder kwetsbaar voor klimaatverandering en krijgen zij steeds meer te maken met de gevolgen daarvan. Tegelijk bestaat binnen de Nederlandse politiek geen overeenstemming over de vraag welke rol en verantwoordelijkheid Nederland heeft bij de bescherming van vooral de drie autonome landen Curaçao, Aruba en Sint-Maarten.
De raad constateert dat ondersteuning vanuit Nederland regelmatig geen structureel karakter heeft. Daardoor kunnen de eilanden volgens de WKR moeilijk rekenen op Nederland als stabiele partner bij het klimaatbestendig maken van hun samenleving.
Dat leidt volgens de raad tot onzekerheid over financiering en over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden. Ook kan daardoor vertraging ontstaan bij de uitvoering van klimaatbeleid in het Caribisch deel van het Koninkrijk.
De centrale vraag van het komende advies is daarom welke verantwoordelijkheid en mogelijkheden Nederland heeft om bij te dragen aan klimaatbestendigheid in het hele Koninkrijk en welke vormen van samenwerking daarbij passen. De WKR bevestigt op zijn website dat het adviestraject inmiddels is gestart.
Ook autonome landen
Het nieuwe onderzoek gaat daarmee verder dan verschillende eerdere Nederlandse klimaatadviezen. Daarbij lag de nadruk vaak op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, die als bijzondere gemeenten rechtstreeks onder Nederland vallen.
Zo adviseerden de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Gezondheidsraad in mei nog om Caribisch Nederland prioriteit te geven bij de aanpak van gezondheidsrisico’s door klimaatverandering. De raden wezen erop dat die risico’s daar groter zijn en dat delen van de bevolking zich er moeilijker tegen kunnen beschermen.
In het nieuwe traject worden Curaçao, Aruba en Sint-Maarten uitdrukkelijk meegenomen. De raad onderzoekt daarbij niet alleen welke maatregelen nodig zijn, maar juist ook hoe de verantwoordelijkheid tussen Nederland en de landen binnen het Koninkrijk moet worden georganiseerd.
De Wetenschappelijke Klimaatraad is een onafhankelijk adviesorgaan van regering en parlement. De raad werd in 2022 ingesteld en is sinds 2025 wettelijk verankerd in de Klimaatwet.
Wanneer het advies over klimaat en het Koninkrijk precies wordt gepubliceerd, staat in het werkprogramma niet vermeld.
-
Download hier het nieuwe werkprogramma van de Wetenschappelijke Klimaatraad voor 2026 en 2027
































